dinsdag 16 januari 2018

The Cranberries - Zombie

Het móest gisteravond gebeuren. Er lag niets meer op de plank en de dinsdagavond naderde rap. Maar welke 90’s-knaller zou het deze week worden? Ik had werkelijk nog geen idee. En toen besloot men Boven kennelijk dat het nodig was om mij dan maar een handje te helpen. Het nieuws van het plotselinge overlijden van Dolores O’Riordan, de zangeres van The Cranberries, kwam binnen.

Oef… Díe had ik niet zien aankomen. Want hoewel ons in de laatste jaren veel grootheden uit de muziekwereld zijn ontvallen, zaten er daar maar weinig bij uit ‘mijn tijd’. Logisch… de meesten zijn nog achterin de veertig, begin vijftig. Een leeftijd waarop je doorgaans nog wel wat jaartjes tegoed hebt.

Dolores O'Riordan gaat die jaartjes helaas niet meer meemaken. De maakster van een van de meest iconische nummers uit de nineties blies gisteren haar laatste adem uit en liet met Zombie een evergreen achter die zelfs mijn vader kent. En dit keer eens níet dankzij mij.

Er was dan ook geen ontkomen aan in de winter van 1994-1995. Het plaatje werd grijsgedraaid maar moest uiteindelijk genoegen nemen met de tweede plaats in de Nederlandse Top 40. Het legde het af tegen de Hermes House Band. Maar waar je de studenten van het Rotterdamsch Studenten Corps niet meer terugvindt in de jaarlijsten, zijn The Cranberries steevast goed vertegenwoordigd.

En dat is toch voornamelijk te danken aan het typische stemgeluid van O’Riordan. Zij bracht de muziek van de band naar een hoger plan. En als je bekendste hit wordt gesampled door een van de grootste rappers van de laatste tijd en er zelfs een zeer populaire hardstyle-versie van is, kun je in ieder geval zeggen dat jouw muziek is blijven hangen.

Het zal de conclusie van de muzikale critici van destijds staven dat écht goede muziek toch wel overeind blijft. Want de opvolger Ode to my family kon qua notering dan weer niet opboksen tegen het toenmalige eurodance-, rave- en het allereerste happy hardcore-geweld dat de Top 40 overspoelde. Toch vinden we de band maar liefst drie keer terug in de Top 2000. Oók met het prachtige Linger. Een liedje dat hier zelfs nooit een hit werd.

dinsdag 9 januari 2018

The Braids - Bohemian rhapsody

Nog geen anderhalve week geleden werd met de laatste noten van Queen’s Bohemian rhapsody het einde van 2017 ingeluid. Net als vorig jaar, en veel van de jaren daarvóór. Een nummer dus, dat door heel veel mensen wordt gezien als het beste liedje ooit gemaakt.

Is het dan wel verstandig om je als beginnend bandje aan zo’n heiligdom te wagen? The Braids vonden in 1996 van wel. Zij maakten een R&B-bewerking van het iconische nummer. En hoewel het plaatje ons land nagenoeg op hetzelfde moment bereikte als de eerste singles van het eurodance-project Queen Dance Traxxx, waar kanonnen als Captain Jack en Dune hún visie op het werk van Queen lieten horen, had het helemaal niets met elkaar te maken.

The Braids startten hun project ook aan de andere kant van de plas, in San Francisco. En ondanks dat het bij velen waarschijnlijk gelijk stond aan heiligschennis, deed het nummer het heel behoorlijk in de charts. Daar, in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland waar het een keurige 18de plaats wist te bereiken.

Het idee kwam destijds uit de koker van producer Stephan Jenkins. Hij zou niet veel later in de Angelsaksische landen zelf furore maken met de rockformatie Third Eye Blind. Een band die hier verder niet veel deed maar in Amerika zoveel succes had dat The Braids uiteindelijk het kind van de rekening werden.

Want omdat Jenkins op tour ging, werd het debuutalbum van The Braids met twee jaar uitgesteld. Tussen hun eerste hit en de release van hun debuutalbum kwam daardoor veel te veel tijd te zitten. En omdat de singles die ze toen uitbrachten niet eens in de buurt van de hitparades kwamen, bleef hun succes uiteindelijk beperkt tot die ene hit: Bohemian rhapsody.

dinsdag 2 januari 2018

The Prodigy - Out of space

Het was een ijkpunt in mijn muzikale, maar vooral ook in mijn persoonlijke ontwikkeling: de eerste single die níet de zegen van mijn ouders kreeg. Want na Verdammt ich lieb dich van Matthias Reim, een Italiaans-/Engelse single van Marco Borsato en Dolce Barbara van Eros Ramazzotti kwam ik opeens thuis met een CD-single van The Prodigy.

En waar die eerste aankopen ten minste nog op een goedkeurend knikje konden rekenen, was het na The Prodigy gebeurd met de harmonie in huis. Out of space was een nummer waarop je heerlijk uit je dak kon gaan. Dus hoe harder ik hem draaide, hoe beter hij dan ook klonk. En terwijl de breakbeats uit mijn stereosetje klonken, zullen mijn ouders zich ongetwijfeld hoofdschuddend hebben afgevraagd waar het was misgegaan.

In een ander opzicht was het ook een ijkpunt. Het was namelijk mijn eerste plaatje dat niet op vinyl stond. Dus hoefde ik niet langer elke keer nadat het nummer afgelopen was, naar de platenspeler te lopen om hem opnieuw af te spelen. Eén keer de ‘repeat’-knop indrukken en ik kon urenlang genieten van die ene, fijne plaat. En mijn ouders dus ook.

Voor The Prodigy was het overigens eveneens een ijkpunt. De single betekende namelijk de doorbraak voor de Britse band in de Lage Landen. Al moesten we even wachten tot het succes een vervolg kreeg. Want terwijl Out of space het schopte tot de vijfde plaats in de Nederlandse Top 40 kwam de opvolger Wind it up (rewound) niet verder dan de Tipparade.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen: ik vond er óók maar weinig aan. Het moest een moderne remix zijn van een van hun eerdere plaatjes, maar het klonk nog veel te veel als house uit een ver verleden. Een jaar later kreeg ik ze echter alsnog in het vizier toen zij hoge ogen gooiden met het iconische nummer No good (start the dance). Een geweldige plaat van een geweldig album. En de rest is geschiedenis...