vrijdag 28 oktober 2016

Facts from The Hat - Shocking Blue

Bij het schrijven van de wereldhit Venus hebben de bandleden van Shocking Blue zich duidelijk laten inspireren door andere artiesten: de melodie is geleend van The Banjo Song van The Big Three, die zich weer hebben laten inspireren door een oud folkliedje. En de slaggitaar aan het begin van het nummer lijkt verdacht veel op het intro van Pinball Wizzard van The Who.

Ondanks dit alles schiet Venus omhoog in de hitlijsten en vormt het weer inspiratie voor andere bands die er hits mee scoren. Zo was er in 1986 de versie van Bananarama en komt het terug in de beroemde medley Stars on 45 van Stars on 45.

Venus is echter niet het enige nummer van Shocking Blue dat andere bands inspireerde. Op het album At home dat in 1969 uitkwam op vinyl stond het nummer Love Buzz. Het nummer is nooit op single uitgekomen, maar toch komt het terecht bij een Amerikaans bandje dat besluit er een cover versie van op te nemen en dit uit te brengen als eerste single, waar er in totaal duizend van worden geperst.

Ondanks dat die single geen vermeldingen krijgt in de hitlijsten, benoemt een radioprogramma in Engeland het tot single van de week. Een Amerikaans programma noemt het een 'Lovesong for the Distrurbed'. Een iets aangepaste versie van dit nummer krijgt een plekje op Bleach, Het debuutalbum van.... Nirvana.

dinsdag 25 oktober 2016

Cappella - U & Me

Tussen 1993 en 1996 kende de stroming eurodance haar absolute hoogtepunt. Naar goed Nederlands voorbeeld stond in die periode in vrijwel elk zichzelf respecterend Europees land een danceact op met een (liefst blanke) zangeres en een (liefst donkere) rapper.

Italië was daar geen uitzondering op. Het was platenbaas Gianfranco Bortolotti die deze ontwikkeling oppikte en besloot zijn succesvolle early house-act Cappella om te vormen tot een eurodance groep. Twee belangrijke elementen ontbraken echter nog: de zangeres en de rapper.

Voor de zangeres ging hij buurten bij SL2. Want met On a ragga tip en Way in my brain als grootste hits, stond zij tóch werkloos langs de kant. De rapper nam hij ook maar direct mee vanuit Engeland en eurodance-groep Cappella was geboren!

Hun carrièrepad verliep echter anders dan dat van de meeste van hun concurrenten. Doorgaans was het namelijk bij de eerste single direct raak, werd geprobeerd het succes te herhalen met een tweede, vrijwel identieke plaat om vervolgens na een ultieme poging om het succes maximaal uit te melken met opníeuw dezelfde sound, voorgoed in de vergetelheid te verdwijnen.

De eerste singles U got 2 know en U got 2 let the music waren echter nette hits, maar niet de gróótste klappers. Pas met Move on baby vestigde Cappella definitief hun naam. In meerdere Europese landen haalden ze de top 3 waarbij zij in de Nederlandse Top 40 zelfs een week de hoogste positie mochten bekleden.

En toen kwam U & Me. Mijn – omdat hij wél een dubbelcassettedeck had – beste vriend schafte de single aan. En hij bleek daarmee goed te hebben ingekocht. De maxi cd-single bevatte namelijk maar liefst 8 remixen van het nummer en kende een totale lengte van meer dan 50 minuten. Dat was bijna een volwaardige CD! En dat voor maar ƒ 12,95. Een koopje. In Nederland waren er meer die hierin een goede investering zagen. Want ook dit nummer werd een groot succes. Het behaalde de derde plaats in de Nederlandse Top 40.

Maar na deze single zette dan tóch de onvermijdelijke teloorgang in. Er volgden nog twee nummers die de top 20 bereikten en hun zevende plaat wist de charts nog nét te behalen, maar toen was de koek op. Ook in hun tweede leven, toen er van hun eerdere nummers verschillende remixen verschenen, bereikten ze de hitparade niet.

En in 2016, nu zij inmiddels in hun vierde leven zitten, ga ik ze dan eindelijk live aanschouwen. Op de 90’s party van aanstaande zaterdag kan ik met al mijn leeftijdsgenoten weer even een avondje helemaal los gaan op Cappella. Want zij zijn de hoofdact!

dinsdag 18 oktober 2016

Ace of Base - Happy nation

Mijn zusje werd 13 jaar en ik moest op zoek naar een cadeautje. Maar ja… ik was te jong voor een baantje en te oud voor zakgeld. Het enige dat ik deed was een beetje onkruid wieden in de tuin van de overbuurman voor 5 gulden per keer. Geen vetpot. Dus het mocht ook niets kosten.

Groot was mijn vreugde toen ik bij de plaatselijke platenzaak hét cadeau vond: een cassette-album van Ace of Base: Happy Nation. Toevallig de band waar ze fan van was en nog belangrijker: in de aanbieding en zowaar binnen mijn budget. Een volledig album! Glunderend rekende ik af en stralend van trots gaf ik de zondag erop het cadeau aan haar.

Het bandje belandde daarna echter regelmatig in míjn walkman. Want ook ik was fan van de band. Het was dan wel geen house, maar hee… de pop-reggae sound lag lekker in het gehoor en met de bijbehorende beat kwam het toch wel aardig in de buurt van mijn favoriete muziek. Met name de titeltrack, Happy nation, spoelde ik regelmatig terug om nogmaals te luisteren.

Happy Nation was, al zal mijn vader het niet met mij eens zijn, namelijk nét even anders dan de rest.  Net even specialer en daardoor íets minder mainstream dan de overige singles van het album. Al was dat overigens niet af te lezen aan de resultaten in de hitparades. In Nederland hadden ze er gewoon een top 5-hit mee. Maar het nummer hoor je tegenwoordig nooit meer.

Dit in tegenstelling tot hun debuutplaat, All that she wants. Die komt nog regelmatig voorbij op de radio en schopte het zelfs een paar keer tot de Top 2000. Ace of Base mag dan ook terugkijken op een geslaagde muzikale carrière.

Ze groeiden uit tot een van de iconen van de jaren ’90. Om dat te onderstrepen brachten ze eind 1999 het album Singles of the 90s uit. Het zal ongetwijfeld de bedoeling zijn geweest om ook een editie van de zeroes en misschien zelfs van de tens uit te brengen. Maar zover kwam het helaas voor hen niet. Na de single Cruel summer uit 1998 was het in Nederland in ieder geval gedaan met de successen.

dinsdag 11 oktober 2016

Dance 2 Trance - Power of American Natives

Ik vond het een magisch muziekinstrument: de panfluit. Ik was dan ook niet weg te slaan bij die Zuid-Amerikaanse straatmuzikanten die in hun kleurige poncho’s hun CD’s stonden te promoten. Mijn ouders daarmee keer op keer in verlegenheid brengend. Want telkens moesten zij opnieuw, vriendelijk en beleefd, en in hun allerbeste steenkolen-Engels uitleggen aan die jongens dat het wel léék alsof hun zoon die muziek erg leuk vond maar dat zij toch écht geen CD wilden aanschaffen.

En ze hadden gelijk. Want één keer gingen ze wél overstag en hebben ze mij zo’n CD cadeau gedaan. Ik geloof dat ik hem één keer heb geluisterd. Mij te veel panfluit. En bovendien had ik al iets veel hippers en leukers gehoord dat véél beter in mijn straatje paste: Dance 2 Trance met Power of American Natives.

Het nummer had alles wat ik in muziek wilde terughoren. Een lekkere beat, een mystiek geluid, krachtige vocalen en om het helemaal af te maken: die heerlijke panfluit. Het was jammer dat ik daarvóór na veel wikken en wegen nét The Goodmen met Give it up had aangeschaft en dus weer twee maanden moest sparen om een nieuwe single te kunnen kopen, anders was die zeker in mijn platencollectie terecht gekomen.

Helemaal als ik had geweten dat de plaat de geboorte betekende van wat tot op de dag van vandaag mijn favoriete muzieksoort is: trance. Dance 2 Trance was namelijk een van de eerste acts ooit in dat genre. Rolf Ellmer, die samen met DJ Dag het tweetal vormde, zou de trance later nog veel meer diensten bewijzen, als helft van het invloedrijke duo Jam & Spoon.

Dance 2 Trance bracht na hun gigantische hit nog twee singles uit. Met Take a free fall trachtten ze het succes van de debuutplaat te herhalen. Het nummer kwam echter niet verder dan plaats 36 in de Nederlandse Top 40 en hield het er maar drie weken vol. In 1995 verscheen de single Warrior maar die wist alleen in Duitsland en Zwitserland nog de charts te halen. Daarna werd het project ontbonden.

dinsdag 4 oktober 2016

Titt'n - Ben je geil of wil je een koekje

Het was de zomer van 1998: mijn eerste vakantie zonder ouders. En dus eindelijk alle ruimte om eens een vakantieliefde te scoren. Het leek me reuze romantisch. Iets met strand, een ondergaande zon en een zwoele zomeravond. Als locatie hadden we gekozen voor het beruchte Duin & Strand in Renesse. Dus die randvoorwaarden waren in ieder geval aanwezig. En het was een jongerencamping, dus aan het aanbod kon het ook niet liggen.

De dagen bevatten echter maar bar weinig vrouwelijke elementen. We gingen zo vroeg mogelijk aan het bier, want je bent jong, stoer en je wilt toch die muur van gele kratjes rondom de tent voltooien. ’s Middags lagen we vervolgens voor pampus op onze luchtbedden voor de tent en ’s avonds gingen we naar het centrum van het dorp om te eten bij ’t Zeepaardje. Om de avond uiteindelijk af te sluiten in een van de plaatselijke discotheken, waar ik haar dan zou moeten ontmoeten…

Maar mijn openingszin viel niet in de smaak. En de goocheltruc met het koekje – dat ik speciaal voor de gelegenheid had ingestudeerd – kon ook al op weinig waardering rekenen. Elke ochtend moest ik opnieuw constateren dat ik de vorige avond gewoon weer alleen de slaapzak was ingekropen. En dat terwijl die zomer de Drentse band Titt’n toch echt in de Nederlandse Top 40 stond met Ben je geil of wil je een koekje? Maar kennelijk was dit nog niet doorgedrongen bij al die meisjes daar aan de Zeeuwse kust.

En dus gebruikte ik de zin daarna alleen nog maar voor wat ik wél kon. Mee schreeuwen met de plaat als het gedraaid werd. Het deuntje was bekend en de tekst was niet héél uitdagend. En ik moet zeggen… dat ging me een stuk makkelijker af.

De laagdrempeligheid van het nummer sloeg uiteindelijk overál in het land aan. De cover van Should I stay or should I go van The Clash behaalde zelfs een top 5-notering in de Nederlandse Top 40. En de heren van de band Titt’n waren plotseling beroemd. Ze traden opeens op voor duizenden mensen bij TMF. En er was natuurlijk die onvermijdelijke tocht langs alle lokale discotheken, waaronder ook onze plaatselijke discotheek.

En hoewel Ronald Buld, de zanger van de band, ons destijds beloofde geen eendagsvlieg te zijn, was het na deze kaskraker wel een beetje gebeurd. De opvolger Wie zeurt krijgt een beurt – een bewerking van Fight for your right van Beastie Boys – kreeg zeker nog wel de voetjes van de vloer tijdens hun optredens maar zorgde niet voor een run naar de platenzaak. Het strandde in de Tipparade.