dinsdag 29 maart 2016

Pater Moeskroen - Roodkapje

Vorig jaar maakten jullie in deze rubriek al kennis met de bijzondere muzikale interpretaties van het sprookje van de drie biggetjes en het sprookje van de rode schoentjes. Maar al eerder zette een artiest een kinderverhaaltje op muziek en scoorde daar een hit mee. Roodkapje bereikte in 1991 in de uitvoering van Pater Moeskroen een tweede plaats in de Nederlandse Top 40.

De band begon als straatmuziekgroep en in die hoedanigheid trokken zij door Frankrijk. Op de terugweg kwamen ze op het idee om een feestband op te richten. Én tegelijkertijd een nieuw biermerk te introduceren. Alleen een goede naam ontbrak. En toen ze langs een niet nader te noemen Belgisch plaatsje kwamen, wisten ze het: het werd Pater Moeskroen.

Het eerste biertje moet nog steeds gebrouwen worden, maar de band zette wél de eerste stappen op weg naar een artiestenbestaan… Aanvankelijk traden ze nog alleen op voor kleine gezelschappen in cafés maar ze bouwden al snel een flinke reputatie op als liveband. Toen Peter Koelewijn zich met de producties ging bemoeien, kwam alles echter in een stroomversnelling.

In 1991 brachten ze Roodkapje uit. In deze meezinger wil Roodkapje graag bij oma op bezoek, maar allerlei moderne uitdagingen dreigen haar tripje te verstoren. En daar wordt ze tot huilens toe voor gewaarschuwd. Óf het meisje uiteindelijk bij grootmoeders huisje is gekomen is tot op de dag van vandaag onduidelijk gebleven.

Met Roodkapje verwierf Pater Moeskroen ‘internationale’ bekendheid. Eind 1991 stonden ze namelijk zowel in Nederland als in België hoog in de hitlijsten. Ook de opvolger Hela hola (tut hola) scoorde goed in beide landen. Het gevolg was dat zij in de Lage Landen veelvuldig in feesttenten te vinden waren.

Maar de band had behoefte aan verdieping. Optreden tussen de hossende en met bier smijtende boeren was leuk, maar ze misten het raffinement. Daarom gingen ze vanaf 1995 ook optreden in theaters. Niet geheel toevallig was 1995 ook het jaar waarin ze voor de laatste keer in de hitlijsten terug te vinden waren met Laat maar waaien.

dinsdag 22 maart 2016

Stiltskin - Inside

Qua kleding was ik het altijd nét niet. Dat begon al op de basisschool toen ik dag in dag uit ribcord broeken droeg terwijl de rest van de wereld zich in spijkerbroeken voortbewoog. En dat nét niet zette zich door in mijn puberjaren. Toen iedereen Aussies en Cavello’s droeg, was het voor mij Kappa en als schoenen had ik geen Nike Air Max maar Fila. Allemaal nét niet. Al had ik inmiddels wel de ribcords aan de wilgen gehangen. Maar mijn spijkerbroek was dan wél een Duncan en geen… Levi’s.

Want dat was hét. Levi’s. En niet zomaar een Levi’s, maar de Levi’s 501. Ja, het marketingapparaat van de jeansfirma deed het midden jaren ’90 prima. Elke zichzelf respecterende jongere wilde dat model hebben. Maar helaas, voor mij zat het er niet in. Met mijn krantenwijkje kon ik geen 100 gulden missen en vermogende ouders had ik ook al niet.

Gelukkig had ik een goed excuus. Want ik kon me natuurlijk niet vertonen in broeken die aan de man werden gebracht met gitaarmuziek. Verschillende, doorgaans onbekende, rockbands braken namelijk in de jaren ’90 door dánkzij een commercial voor Levi’s. Een van die bands was Stiltskin.

Stiltskin was al geformeerd in 1989 maar was lang op zoek geweest naar die ene geschikte zanger. Zelfs een auditie met 40 deelnemers had niet de stem gebracht die ze zochten. Totdat de band een lifter oppikte die later die avond moest optreden. De band bezag het optreden en bood de man direct een contract aan.

Samen schreven ze Inside speciaal voor Levi’s. In de bijbehorende commercial zien we een Amish familie die gaat picknicken. Het nummer begint dan ook heerlijk stichtelijk met een kerkkoortje. Als de twee dochters uit het gezin echter op verkenning gaan in de omgeving en daarbij op een badende adonis stuiten, barst het gitaargeweld los.

Het nummer topte de charts in Engeland en werd daar zelfs de snelst verkopende single sinds Can’t buy me love van The Beatles. In Nederland scoorde Stiltskin met Inside een dikke top 10-hit. De band wist echter geen opvolging te geven aan die ene hit en viel in 1996 alweer uit elkaar. Alleen van de zanger hoorden we nog wat. Hij werd een jaartje frontman van Genesis.

zaterdag 19 maart 2016

De platenkast van mijn vader - Focus - Hocus pocus

Een druilerige zondagmiddag. Dé gelegenheid om onze kinderen wat gevoel voor het betere popwerk bij te brengen. Eens op een middag - de hen toegeworpen muzikale fruitmand werd tegen heug en meug verorberd - moesten er wat kunstgrepen worden toegepast om het kwartet weer bij de les te krijgen. Pelpinda's, met krant, werden uitgedeeld, glazen werden gevuld, én onderstaand nummer ging op de platenspeler.

Als bij toverslag was de kamer getransformeerd tot één swingend muziekpaleis. Gegil en gejoel alom, de pinda's vlogen door de lucht, de glazen rinkelden zich te barsten en de buren bonsden dat het een lieve lust was.

Hocus Pocus bleek de muzikale drug die onvermoede krachten in de mens naar boven haalt. Logisch dat Nike het nummer gebruikte in hun commercial voor het WK 2010.

Ik? Ik vind het gewoon een prachtig nummer.


dinsdag 15 maart 2016

Van speedgarage naar 2-step

In de jaren ’90 was het een komen en gaan van muziekstijlen. Met name op elektronisch gebied werd er flink geëxperimenteerd, kruis bestoven, geremixt en gecombineerd. En áls dat dan een keer resulteerde in een commerciële doorbraak wisten de ‘kenners’ niet hoe gauw ze er een labeltje op moest plakken. Grote kans dat we daar vervolgens op ons eerstvolgende dancefeest zo’n tent van tegen kwamen. En dat was… laten we zeggen, afwisselend.

Weinig van die muziekstijlen wisten de tand des tijds namelijk te overleven. Sterker nog. Vrijwel allemaal zijn ze compleet uit het collectieve geheugen verdwenen. Kent u bijvoorbeeld de 'speedgarage' nog? Het werd door de Nederlandse Armand van Helden in 1996 naar Nederland gebracht. Zijn remix van Tori Amos’ Professional widow was in Engeland een nummer één-hit. Maar goed… De muziek was dan ook in dat land ontstaan. Nederland had echter niet zoveel met deze rauwe, uit drum & bass en hiphop samengestelde housemuziek. Het handjevol hits uit dit genre schopte het niet ver in de hitparades. Serious  Danger met Deeper kwam nog het hoogst met een 26ste plaats.
Maar het genre evolueerde en zocht steeds meer de sensualiteit van de R&B op. Dat resulteerde in een muziekstijl die het labeltje ‘2-step’ kreeg. Een stijl die de Nederlanders duidelijk wél beviel. De doorbraak kwam toen The Artful Dodger het nummer Re-Rewind (The crowd say bo selecta) uitbracht. Het werd een enorme hit. Vrouwelijk Nederland viel voor het zwoele stemgeluid van Craig David en mannelijk Nederland viel voor het aanstekelijke ritme.

En waar The Artful Dodger daarna afhaakte, pakte Craig David flink door. Op 19-jarige leeftijd stond hij als jongste solozanger ooit bovenaan de Engelse hitlijst met Fill me in en zijn debuutalbum Born to do it behaalde in meer dan 20 landen de multi-platina status. Vele hits volgden: 7 days, Walking away, Rise & fall… Maar in 2003 werd het stil rond de artiest, mede dankzij de parodieën van comedian Leigh Francis die in zijn programma ‘Bo selecta’ steevast de draak met David stak en daarmee het imago van de vriendelijke zanger langzaam maar zeker tot de grond toe afbrak.

Maar… Craig David is terug! Kort geleden bracht hij samen met Big Narstie de single When the bassline drops uit. Voor het eerst in tien jaar maakte hij in zijn thuisland opeens weer zijn opwachting in de hitlijsten. En daarmee is ook de sound die hem zo beroemd maakte terug. En al heeft zijn muziekstijl nu het labeltje ‘grime’ gekregen, het is onmiskenbaar de man die in de jaren ’00 een paar jaar lang de grootste artiest ter wereld was.

dinsdag 8 maart 2016

DJ Madman - Meisje (zo lelijk als de nacht)

Het was met afstand de slechtste openingszin die ik ooit had gehoord en ik besefte dat ik met mijn versier-skillls ook echt niet moest proberen om met deze zin eens op grappige wijze het ijs te breken. Dat deed ik dan ook niet.

Nee, dan speurde ik liever vanaf mijn veilige plekje bij de bar de hele discotheek af. In de stille hoop dat er meisjes waren die zich – natuurlijk volkomen onterecht – aangesproken zouden voelen door dit nummer en huilend in een hoekje zouden staan. En dan zou ik naar ze toe lopen, mijn hand op hun schouder leggen en ze vertellen dat ze het meest prachtige wezen op aarde waren dat ik óóit gezien had. Gegarandeerd dat ze dan als een blok voor me zouden vallen.

U begrijpt, die meisjes waren er niet. En áls ze er al ooit waren geweest dan had ik waarschijnlijk na veel wikken en wegen uiteindelijk tóch mijn plekje bij de bar verkozen. Ik ben dan ook nooit verder gekomen dan mijn hand om mijn biertje.

DJ Madman ging met zijn Meisje je bent zo lelijk als de nacht wél voortvarend te werk. In 1997 steeg het nummer binnen no-time door naar de tweede plek in de Nederlandse Top 40 waar het vervolgens vier weken bleef staan.

Het commerciële succes van het nummer was voor de meeste Nederlanders de eerste kennismaking met een nieuw muziekgenre: ‘bubbling’. Een combinatie van hiphop en R&B maar dan met een beat die een stuk sneller was. Én een genre waarbij ook dansmoves hoorden die je op de gemiddelde familiebruiloft in ieder geval níet moest uitproberen.

De rapper bracht al snel een opvolger uit. Het grappige Trouw met mij (wil je ruzie met je familie) zou echter niet meer het succes van zijn eerste hit overtreffen. Daarna werd het stil rondom DJ Madman. Hij is echter nog steeds actief in de scene, treedt ook nog wel eens op en brengt zelfs nog wel eens een plaatje uit. Op zijn nieuwe website belooft hij binnenkort zelfs een heel nieuw geluid. We zijn benieuwd of we dat geluid binnenkort ook gaan horen.

dinsdag 1 maart 2016

Scooter - Nessaja

Het was 2002. Rave was hopeloos uit, eurodance had tijden terug al zijn laatste adem uitgeblazen en happy hardcore was lang en breed ten grave gebracht. Zelfs de korte revival van retro happy hardcore-act Starsplash was alweer voorbij. Maar in Duitsland speelden ze nog steeds: Scooter. En nog steeds overlaadde de zanger met de witgeverfde haren zijn publiek met dezelfde holle kreten. We vonden het wel sneu: kon iemand die man alsjeblieft vertellen dat zijn rol in de muziekgeschiedenis was uitgespeeld?

In de zomer van dat jaar zetten we voet op Griekse bodem. Doel van de reis was een nieuwe, ultrahippe vakantiebestemming: Chersonissos. En waar konden we de vakantie beter beginnen dan op Starbeach? Hét jongerenstrand waar de pompende beats over de locatie galmden. We pakten twee biertjes, want het was happy hour, en legden ons neer op de ligstoelen. Genietend van de hete zon en lachend om al die losers die wel heel stoer bovenaan de bungeejump stonden maar niet naar beneden durfden te springen.

En opeens hoorden we uit de speakers: ‘Always lived my life alone, been searching for a place called home. And I know that is not too late, never tooooooo late…’ Wauw! Wat was dat?! Dat klonk goed! Het aanwezige publiek gooide massaal de handjes in de lucht.

‘3 AM!!! THE PAINTED COW!!! Yeaaahhhh!!!!’ Huh… Maar wacht… dit klinkt bekend! Is dit niet eh… Scooter? Hè?! Het was alsof we terug waren in onze jeugd. Te gek! Terwijl wij hen in Nederland al helemaal hadden afgeschreven na hun allerlaatste hit How much is the fish waren ze weer volledig terug. Sterker nog: in hun thuisland zouden ze met Nessaja zelfs hun eerste en enige nummer 1-hit ooit scoren.

Maar ook in de Nederlandse Top 40 deed het nummer het keurig. Een respectabele 17de plaats. En nog veel belangrijker was dat er met deze single een nieuwe Scooter-periode werd ingeluid. Want ondanks dat de opvolger The night niet verder reikte dan de Tipparade, werden de vier nummers die daarna kwamen stuk voor stuk hits. Met de Earth & Fire-cover Weekend (NSFW) misschien wel als bekendste.

Maar wie dacht het na deze opleving wel gedaan was kwam andermaal bedrogen uit. Want ook de jumpstyle-hype was een prooi voor de band en in 2014 namen ze nog een nummer op met Wiz Khalifa. En over een paar jaar zijn ze ongetwijfeld wéér terug.