dinsdag 30 juni 2015

Erik Hulzebosch - Hulzebosch Hulzebosch

Omdat Nederland aan de vooravond staat van misschien wel de allerwarmste week ooit, breng ik jullie graag wat verkoeling. Ik neem jullie mee naar de winter van 1997. Het is 2 januari en om 11.17 spreekt de voorzitter van de Vereniging der Friesche Elfsteden de magische woorden: It giet oan.

Plotseling was heel Nederland in rep en roer. Het was al elf jaar niet meer voorgekomen dat er een Elfstedentocht werd gehouden en de – toen nog – NOS pakte dan ook groots uit: maar liefst 400 man werden er in allerijl opgetrommeld om de Tocht der Tochten zo goed mogelijk in beeld te brengen. En zo zag het ganse land hoe Henk Angenent in een ultieme sprint zijn schaats net iets eerder over de finishlijn drukte dan Erik Hulzebosch.

“Ik hoop eigenlijk maar ien ding: dat dit plaaddie hoger eindigt dan ik in m’n Elfstedentocht,” waren dan ook de afsluitende woorden van de hit die Erik Hulzebosch niet gek veel later scoorde met ‘Hulzebosch Hulzebosch’. Maar helaas… ook op dit vlak moest hij het afleggen tegen de concurrentie. Geen eerste plaats, zelfs niet eens op het podium. Een ‘schamele’ 15de plaats in de Top 40 bleek het hoogst haalbare.

De schaatser zal er geen moment wakker van hebben gelegen. Anders dan zijn mediaschuwe tegenstrever, die zich na zijn overwinningsinterview vrijwel direct weer terugtrok tussen de spruiten, was Erik Hulzebosch niet weg te slaan van radio en TV. En hij bezocht discotheek na discotheek om ook het uitgaanspubliek te vermaken met ‘Hulzebosch Hulzebosch’ en diens opvolger ‘Ik vin oe seksie’.

Maar in 2007 was het dan eindelijk zo ver. Erik Hulzebosch behaalde tóch nog zijn eerste plaats. Natuurlijk, in de tussentijd had hij nog wel wat overwinninkjes op het ijs behaald, zoals een NK Marathon. Maar dat viel allemaal in het niet bij het winnen van het SBS 6-programma So you wanna be a popstar. Met een minimaal verschil versloeg hij in de finale opponent Sascha Visser en knalde hij opnieuw de Top 40 binnen. Dit keer met zijn single ‘Extase’. Hij zou daarna nog één keer in de nationale hitparade terecht komen met ‘Geloof me’ (geen video beschikbaar) maar daarna was het gedaan met de muzikale carrière van de schaatser.

zaterdag 27 juni 2015

De platenkast van mijn vader - Louis Davids - De voetbalmatch

Ik heb blijkbaar het een en ander teweeg gebracht met mijn opmerking mijn platenkast eens open te stellen voor de "jongere" generatie. Welnu, mede op aandringen van Erwin ben ik op zoek gegaan naar de sleutels en warempel, na enig heen-en-weer gedraai kreeg ik de deur van het slot, waarna, onder krakend protest van de scharnieren, zich langzaam maar zeker een wereld ontrolde van stofnesten, spinnenwebben en het getrippel van muizen op de vlucht.

Maar...géén platen! Geen nood, achter in de kast, zo wist ik nog, was een luik met daaronder een trap naar beneden. Op het luik stond een kandelaar met een halfopgebrande kaars. Daarnaast een doosje lucifers. Ik opende het luik, stak de kaars aan en stapte behoedzaam op de eerste tree; het jaar 2014.

Langzaam daalde ik verder af, de jaren aftellend, totdat ik bij het jaar 1964 kwam; het jaar waarin ik mijn eerste single kocht. Hij lag er nog! Ik aarzelde even...maar stapte verder de diepte in. Voorbij 1950 mijn geboortejaar, de oorlog 1945 -1940, totdat ik struikelde over...de platenverzameling van mijn vader. Gelukkig, de kaars brandde nog.

Ik stond op, klopte het stof van mijn kleren en ging op zoek naar mijn eerste liefde: "De voetbalmatch" van Louis Davids. Niet de oorspronkelijke opname, die was van 1929, maar dit nummer stond op een LP met meerdere liedjes van Louis Davids.

Ik zeurde regelmatig mijn vader de kop gek om die plaat te draaien, de platenspeler was namelijk verboden gebied. Later zeurde ik met dit nummer onze kinderen de kop gek, zodanig dat ik er met mijn 60ste verjaardag op werd getrakteerd, compleet met hun visie op de "voetbalwedstrijd" die ik tot dan toe had gespeeld.

Of ik hem heb gevonden? Luister maar!

dinsdag 23 juni 2015

The Course - Ain't nobody

Ik begin mijn blog dit keer verrassend genoeg met iemand die de jaren ’90 niet eens heeft meegemaakt. Zelfs niet één dag. De Chinees-Engelse Jasmine Thompson werd op 8 november 2000 geboren in Londen. Op dit moment hoor je haar veelvuldig voorbij komen met dj en producer Felix Jaehn (1994) in een van de grootste zomerhits van 2015: Ain’t nobody (loves me better).

Een nummer waarbij ík direct moet denken aan The Course. Ain't nobody was de tweede hit van deze Nederlands / Engelse danceact. Maar zij waren niet de enigen in de jaren ’90 die het nummer van Rufus en Chaka Kahn coverden. Eerder in dat decennium waagden Achterin de platenkast-kandidaten Diana King, bekend van de single ‘Shy guy’ en rapper LL Cool J, bekend van NCIS, zich al aan het nummer. Waar het bij hen echter bij een bescheiden hitje bleef, was het voor The Course hun tweede Top 10-succes.

Vóór deze single had de groep namelijk al flink gescoord met ‘Ready or not’. Een cover van 90’s iconen The Fugees, dat bijzonder genoeg eerder in de Top 40 stond dan het origineel. Oorspronkelijk was dit nummer uitgebracht onder artiestennaam The Source. Maar met die keuze was een andere Source het niet eens. De band was echter niet voor één gat te vangen. Ze draaiden twee letters om en veranderden verder… niets.


‘Ready or not’ werd destijds ingezongen door de Nederlandse Irma Derby. Een zangeres die ook haar stem leende aan ‘Een moment zonder jou’ van Nasty. Tegenwoordig manifesteert zij zich als een frequent bezoeker van talent shows. Popstars, X-Factor en The Voice of Holland: ze heeft ze allemaal afgevinkt.

En zo is het cirkeltje weer rond. Want de bekendheid van Jasmine Thompson begon op een zangwedstrijd. Alleen won zij wél. Vervolgens zong zij al op 12-jarige leeftijd Ain’t nobody (loves me better) in. Het liedje werd gebruikt in een commercial van een Engelse supermarkt en Jasmine had haar eerste hitnotering te pakken. De remix van Felix Jaehn zorgde er echter voor dat zij ook buiten het thuisland doorbrak. Hopelijk voor haar houdt zij het langer vol dan The Course. Want na Ain’t nobody verdween de band van de planeet. En werd daarmee een van de weinige two-hit-wonders.

dinsdag 16 juni 2015

T-Birds - Birds dance

Begin jaren ’90 kon je werkelijk alles zonder enige gêne op house zetten en ongestraft op plaat uitbrengen. En zo kon het gebeuren dat de T-Birds in 1992 een oude hit uit 1980 opduikelden en het nummer een early 90’s-make-over gaven.

Een nummer trouwens dat destijds écht niet ongemerkt voorbij was gegaan. Wereldwijd werden er maar liefst 35 miljoen platen van verkocht. Er zijn daarna nog zo’n 370 versies van gemaakt en eentje daarvan schopte het zelfs tot ‘meest irritante liedje allertijden’ in Groot Brittannië. Wereldwijde faam dus voor de Electronica’s: drie accordeonisten die normaal gesproken optraden voor een handjevol toehoorders in het plaatselijke café van St. Willebrord. Een klein dorpje in het westen van Brabant.

Maar nog steeds komt hun Vogeltjesdans nog wel eens voorbij tijdens carnaval of tijdens een bruiloft. Een nummer waarbij ook de mensen die kampen met een volledige afwezigheid van dancing skills, opeens een ernstige drang voelen om de dansvloer te betreden. Om vervolgens, zonder enige vorm van schaamte en meestal geholpen door enkele alcoholische versnaperingen, te laten zien dat zij deze dansvorm tot in de puntjes beheersen. Een avontuur dat meestal eindigt waar het begint: gedesillusioneerd op een stoel náást die dansvloer.

Voor de T-Birds was de evergreen-status overigens niet weggelegd. Hun hoogste positie in de Nederlandse Top 40 was 30. Er kwam nog wel een opvolger waarbij zij nog dieper in de platenkast doken en de Radetzkymars van Johan Strauss van een beat voorzagen. Verder dan de tipparade kwam dat nummer helaas voor hen niet.

dinsdag 9 juni 2015

Puff Daddy - Come with me

De afgelopen Top 2000 werd ik verrast door een intro dat wel héél bekend klonk. Een nummer dat ik nooit had verwacht in deze lijst der lijsten. En áls het al zo zou zijn, dan in ieder geval niet zo hoog. Maar naarmate het intro vorderde leek het er toch echt op dat Puff Daddy met ‘Come with me’ zich had genesteld tussen de grootste klassiekers uit de muziekgeschiedenis.

Dát nummer? Ik kon het me niet voorstellen. En het was nou ook niet bepaald zo dat de film waarvoor ‘Come with me’ was uitgebracht, zijn voetsporen had nagelaten in de historie van Hollywood. Sterker nog, Godzilla werd in 1998 genomineerd voor maar liefst 5 Razzies, waaronder de meest prestigieuze: slechtste film.

De echte fans zien het niet eens áls een Godzilla-film. Het speelde zich namelijk niet af in Tokyo maar in New York, daarnaast was het monster te klein, het spuugde geen vuur en het werd verslagen door mensen, niet door een nóg groter monster. De Japanners voelden zich zelfs genoodzaakt een en ander recht te zetten in een latere Godzilla-film. Zij maakten daarin duidelijk dat de Amerikanen weliswaar claimden dat de ‘New York-attack’ uit 1998 het werk was van Godzilla, maar dat het toch echt een ander monster betrof.

Het enige wat wél goed uitgevoerd was bij deze film was de marketingcampagne. Godzilla werd flink gehypet. Steeds werden we op billboards en bussen herinnerd aan het gigantische formaat van de hoofdfiguur. En in de trailer kregen we enkel de enorme poot te zien.

‘Come with me’ was onderdeel van die marketingcampagne. Een bijzondere combinatie van stevige gitaren en hiphop. Puff Daddy maakte het nummer samen met Jimmy Page. Een man waarvan ik sinds kort weet dat ik hem niet alleen ken van dit hitje met de vermaarde rapper, maar toch vooral omdat hij oprichter en gitarist was van de legendarische rockband Led Zeppelin. Hun belangrijkste werk naast Stairway to heaven en Whole lotta love? Kashmir!

dinsdag 2 juni 2015

E-Rotic - Max don't have sex with your ex

‘Sex sells’ moeten de makers gedacht hebben toen ze dit nummer uitbrachten. Want niet alleen de single zelf, maar ook de bandnaam kreeg een erotische lading. En ze kregen nog gelijk ook. ‘Max don’t have sex with your ex’ van E-Rotic werd een dikke hit.

En dat kwam vast niet omdat Europa in 1994 opeens massaal op stond om deze boodschap van deugdzaamheid uit te dragen. En het lag vast ook niet aan die vernuftige songtekst. Mooie jongen Barry zou er zijn neus voor hebben opgehaald en het hebben afgedaan als ‘rijmelarij van het niveau lik-me-vessie’.

Het succes smaakte naar meer en de hit van de Duitse eurodance-formatie kreeg een opvolger met ‘Fred come to bed’. Het was het tweede hoofdstuk in de trilogie van E-Rotic. Max blijkt daarin de beroerdste niet te zijn. Omdat hij zo druk is met zijn ex, schuift hij zijn beste vriend Fred naar voren om zijn zingende vriendin de nacht door te helpen. Maar Fred lijkt toch wat terughoudend. Hoe de vriendin van Max ook aandringt, tot een rendez-voustje tussen de lakens komt het niet.

Van ellende belt zij uiteindelijk maar Fritz. Het is het derde en tevens laatste hoofdstuk met de iets minder subtiele titel ‘Fritz love my tits’. Fritz is namelijk een geweldige minnaar. Maar dát is echt een stap te ver voor Max. Hij laat er geen misverstanden over bestaan en dreigt de arme jongen wat aan te doen als hij niet gauw zijn handen van haar afhaalt.

Hoe het afloopt komen we helaas niet te weten. Na de derde single gaat het hoofdstuk E-Rotic in Nederland dicht. Alleen in de Duitstalige landen scoren ze nog wat hits. Ook wagen ze nog een poging om het Eurovisie Songfestival te bereiken. Maar in de Duitse voorronde sneuvelen ze omdat voor de hoogblonde zangeres pijnlijk duidelijk wordt dat live zingen toch van een hele andere orde is dan het inzingen van een nummer in een studio.